Fietsgeschiedenis


Bijzonderste fietservaring tot nog toe is zonder twijfel the Ride geweest van 12 tot en met 19 juni in 2016. Binnen 8 dagen legden we met 180 renners 1200 km af met daarin 18000 hoogtemeters. Start was aan de voet van de Stelvio en finish bij de Cauberg. Teamgenoot Arie Vliegenthart (ook 50) leverde elke avond een verslagje af voor het thuisfront waarvan hier het resultaat.

Het eerste weekend van juli in 2017 en 2018 voltooide team 50 van the Ride de Marmotte, een dagetappe van 175 km met 4 Alpencols. Geplaagd door krampen verliep de editie van 2017 dramatisch voor RonB gevolgd door een gedeeltelijke revanche in 2018. Van die laatse een verslagje.

Sinds 1995 gaan we elke nazomer met zes tot acht man een (kleine) week fietsen in meestal bergachtig gebied. Het gaat er tamelijk competitief aan toe, zowel op als naast de fiets. In 1996 en 2006 bivakkeerden we in een chalet in de Vogezen en van beide jaren staat hieronder een verslag. Daarachter volgen twee verslagen van de beklimming van de kale berg, de Mont Ventoux (2005 en 2010), een verslag over de fietsactiviteiten in de zomer van 2006 (o.a. Luik-Bastenaken-Luik) exclusief de Vogezen en een terugblik op de Maasdijkse ploegentijdrit in 2007.


Vogezen 1996

Tijd: zaterdag 10 - vrijdag 16 augustus 1996.
Locatie: Le Girmont-Val d'Ajol.
Fietsers: CeesT, ErnstJP, FeikeB, JanS, LeonB, NicoN en RonB.


Vogezen 2006

Tijd: zaterdag 2 - dinsdag 5 september 2006.
Locatie: St. Maurice sur Moselle.
Fietsers: EdB, ErnstJP, FeikeB, JanH, JanS, LeonB, RonB en RuudK.


Begin september 2005 bedwongen we met acht man (CeesT, ErnstJP, FeikeB, JanS, LeonB, RobS, RonB en RuudK) de Mont Ventoux.
Een persoonlijke terugblik:


Op zaterdag 3 september 2005 legden we ruim 1100 kilometer af om in de Provence de overbekende fietsberg de Mont Ventoux te gaan beklimmen.
's Avonds arriveerden we net voor zonsondergang bij Vaisons la Romaine en kregen we al zicht op de kale puist die angstig hoog (1900 meter) uittorent boven de andere Provence-heuvels.
De dag erna vertrekken we relatief vroeg van ons appartement waarmee we de ergste warmte (max zo'n 35 graden Celsius) tijdens de beklimming willen vermijden. Dus starten we reeds om 10.40 uur vanaf de fontein bij Bedoin met 21,5 km klimmen in het vooruitzicht, waarbinnen 1600 meter hoogteverschil moet worden overbrugd.
De eerste 5,5 km is er nog weinig aan de hand; het stijgingspercentage is daar een procent of 4 en is het voornamelijk de kunst om niet nu al te gaan forceren. Volgens planning trap ik hier soepel 30-15 totdat het nietsontziende steile traject door het bos begint. Tien kilometer lang is het stijgingpercentage daar 10%, met uitschieters van 14% en nauwelijks of geen stukken waarbij je even op adem kunt komen.
De geplande 30-19 voor dit zware gedeelte laat ik al gauw varen: op de 30-21 kan ik zittend goed blijven rouleren al zakt het tempo soms tot net onder de 10 km/u. Ondertussen passeer ik een stoet van medefietsers, sommigen zwalkend over de weg, anderen al lopend. Klimmen per fiets lijkt erg op hardlopen op het vlakke, vind ik. Er wordt continu een fors beroep gedaan op je longcapaciteit en iets in je roept telkens: 'ga door, ga door!'. Verschil is wel dat er meer kracht is vereist voor je beenspieren, reden waarom ik vermoed dat hardlopende Kenianen niet per definitie ook goede klimmers zullen zijn. Helaas zien we in het wielrennen trouwens sowieso nog steeds weinig Afrikaans bloed. Zal wel te maken hebben met de toegankelijkheid van de sport.
Ok, halverwege het bos bij 11 km kijk ik eens op m'n horloge en zie ik dat ik 3 kwartier onderweg ben. Gezien mijn streeftijd van anderhalf uur lijkt me dat acceptabel. Om de paar honderd meter neem ik nu een slok uit m'n bidon (simpele aanmaaklimonade) en lopen m'n benen steeds verder vol met melkzuur. Het respect voor topwielrenners groeit dan met de meter. Het lichtste verzet van 30-23 gaat op.
En jawel, net voor het einde van het bos is het even wat minder steil en ben ik even intens gelukkig. Op 15 kilometer ligt een chalet en gaat het bos over in een kale maanvlakte waar het hard schijnt te kunnen waaien, maar waar ik deze dag verschoond van blijf. Toch valt de steilte me hier, gezien de beschrijvingen, nogal tegen. Blijkbaar verdwijnt de kracht langzaam uit m'n benen, maar het zicht op het torentje houdt me op de been of beter op de fiets.
Na het monument van Tommy Simpson (1967, Tour de France) is het nog een dikke kilometer 11% omhoog en is het nog even alles uit de kast. Alles doet pijn en op dat moment weet je zeker dat je dit morgen niet nog een keer wilt ondergaan. De Mont Ventoux per fiets beklimmen is zwaarder dan een halve marathon lopen; de hele marathon is echter nog een (paar) graadje(s) erger.
M'n eindtijd: 1.32.00. Op de top een machtig uitzicht onder een onbewolkte hemel. Tel daarbij op een biertje op het terras en de doorstane pijn heeft zich al weer terugbetaald :-).


Bijna 5 jaar later volgde opnieuw een fietstrip naar de Mont Ventoux in het gezelschap van een toffe delegatie van Thof Running:

Mont Venthof mei 2010


Op de link hieronder een verslagje over fietsactiviteiten in de zomer van 2006, zoals de ploegentijdrit, de Ronde van Kwintsheul en LBL:

Zomer 2006

En ook een jaar later haalde Staalduinen 1 de 40 km/u niet:

Dinsdag 19 juni 2007 organiseerde TC Maasdijk de traditionele ploegentijdrit door de polders van het Westland en Midden-Delfland.
Sinds 2004 rijdt er dankzij Rob een team van van Staalduinen mee, aangevuld met een tweede een jaar later. Van het eerste jaar is slechts bekend gebleven dat de ploeg bestond uit JanS, Leon, Cees en Rob, maar als we een mail van Cees mogen geloven werd er toen flink aan getrokken...
Een jaar later zette team 1 met JanH, JanS, EJP en Leon op het 22 km lange parcours een tijd neer van 34.15, oftewel zo’n 38,5 km/uur en volgde team 2 met Ruud, Ed, Rob en RonB ruim 1 minuut later in 35.37 (37,1 km/u).
In 2006 waren de ambities bij dezelfde acht renners groot maar het resultaat bedroevend. Team 1 met RonB ipv Leon begon weliswaar voortvarend maar liet de Laan van Koop na bijna 10 km ten onrechte rechts liggen en verzandde vervolgens diep ontgoocheld ergens in het verre Westland. Het andere team haalde in 36.43 (36,0 km/u) wèl de eindstreep, waarmee het op de kop af 1 seconde achter de winnaars finishte. Vrouwelijke winnaars wel te verstaan :-)
Dit jaar wilde team 1, bestaande uit JanS, EJP, Leon en RonB, een nieuwe aanval doen op de magische 40 km/u-grens. JanH was de klap van 2006 nog niet geheel te boven en reed op eigen verzoek in team 2, waar GJ (ook Staalduinen) de plaats innam van Ed en waar Rob en Ruud inmiddels een vaste waarde vormen.
Uiterlijk viel er dit jaar zowaar een vorm van uniformiteit te bespeuren binnen de Staalduinenteams met dank aan de gelijknamige sponsor (zie foto). Of we die ogenschijnlijke saamhorigheid ook tijdens de tijdrit uitstraalden naar de argeloze toeschouwer is maar de vraag. Feit is dat deze discipline vanwege zijn onbarmhartige karakter door vele top-wielrenners gevreesd wordt.
Ook in de Staalduinen-gelederen heerste angst voor wat komen ging. Ruud was tot zijn eigen verbazing al een week nerveus voor dit onbenullige wedstrijdje, driekwart van team 1 klaagde over opgelopen griepjes en verkoudheidjes en eigenlijk was alleen debutant GJ de rust zelve.
Rond 19.45 uur kreeg team 2 het groene licht waarna het er schijn van had dat het kwartet een zelden vertoonde reactietijd van tien seconden nodig had om op gang te komen. Na een dikke zes minuten (ca 4 km) passeerden zij het startpunt weer met JanH op kop en leek de machine enigszins op toeren te zijn gekomen.
Nadat team twee even na achten werd losgelaten was het volgens afspraak RonB die op het fietspad tussen De Lier en Maasland meteen richting de 40 diende te versnellen. Met de matige noordoostenwind schuin op kop viel dat bepaald niet mee en hij had na de eerste aflossing dan ook moeite om meteen weer aan te pikken. Het stuk wind mee op de Westgaag ging vervolgens eenvoudig boven de 40 en dankzij vlotte aflossingen zakte de teller daar op de Burgerweg ook niet onder. Anders werd dat in het ‘middengedeelte’ van de koers die grotendeels tegen de wind in ging. Op de moeilijkste stukken scoorden we 34/35 wat rijdend achter brede ruggen comfortabel lijkt maar wat sleurend aan kop na een paar honderd meter nauwelijks nog vast te houden is. Halverwege diende zich bij RonB bovendien een vooraf al gevreesde tegenstander aan, schuilgaand onder de naam kuitkramp. Rekkend en strekkend viel het nog net te onderdrukken maar de lengte van het kopwerk leed er wel onder. Eenmaal op de Oostgaag bij Schipluiden kon het tempo weer opgeschroefd worden tot boven de 40 en tijdelijk tot 45 toen we uitzicht hadden op het snelste team dat 2 minuten na ons was gestart en ons hier dus pijnlijk dubbelde.
Rond kilometer 20 stond de wind een kilometer lang pal tegen en kraakte Staalduinen 1 in al zijn voegen om tenslotte met een licht afhakende Leon te finishen in 34.01 (38,8 km/u).
Een minuut te langzaam voor de magische 40 en zelfs ruim 3 minuten langzamer dan de winnaars Vollebregt Barten die met 30.53 een gemiddelde haalden van 42,7 km/u.
Staalduinen 2 had 35 minuten en 48 seconden nodig gehad (36,9 km/u).
Bij de rokerige, alcoholische en snackerige prijsuitreiking na afloop in het kleine knusse onderkomen van TC Maasdijk bleken onze prestaties goed geweest te zijn voor een 5e en 11e plaats.
Volgend jaar moet het met een fitte groep en, misschien niet geheel onbelangrijk, ook wat meer dan een handvol trainingen (?!) toch echt een stukkie harder kunnen.